Onze werking

‘Elk kind is uniek, met zijn talenten en noden’.

Vanuit deze kernzin vertrekken we om onze zorgvisie te beschrijven.

We willen als team werken aan de totale ontwikkeling van alle kinderen. Dit kan alleen als we ZORGBREED werken. Zorgbreed werken is een belangrijk onderdeel van onze schoolwerking.

  • We bouwen met het volledige team aan de totale ontwikkeling van elk kind.
  • We stimuleren de kinderen zodat ze op ieder moment van de dag bijleren en zich ontwikkelen.
  • We gaan de uitdaging aan om alle kinderen op het voor hen hoogste niveau te brengen.
  • De eigenheid van elk kind vereist differentiatie: onze aanpak en ondersteuning passen we aan aan de noden van elk kind.
  • We bieden rijke en doordachte zorg en ondersteuning aan in de klassen, individueel of in kleine groepjes.
  • Ons zorgteam is er voor alle kinderen die hier nood aan hebben van klein naar groot. Zowel in de kleuterklas als in de lagere school vinden we het belangrijk dat elk kind kan ontwikkelen op zijn/haar eigen niveau en tempo. Dit steeds met de uitdaging om te streven naar het hoogste niveau van elk kind.

 

Om dit te kunnen realiseren stellen we een aantal focussen centraal:

– Welbevinden en betrokkenheid
Zich goed voelen is de basisvoorwaarde voor elk kind om op een positieve manier te kunnen ontwikkelen. Dit kunnen we koppelen aan ‘betrokkenheid’. Wanneer een kind zich ‘goed voelt’ en ‘betrokken is’ zal het verder kunnen groeien in zijn totaliteit.

Elk kind moet zich van bij de start op onze school ‘welkom voelen’. Weten dat hij/zij er mag zijn, elk op zijn/haar unieke manier. Met respect voor elkaar. Ons schoolproject rond sociale vaardigheden ‘SASCHOMA’ (SAmen SCHOol MAken) geeft de aanzet om een veilig school- en klasklimaat te creëren. Ook onze dagelijkse omgang met elkaar en de kinderen speelt hierin een belangrijke rol in.

– De hulpvraag van elk kind staat centraal
Dit kan enkel door een goede samenwerking met het gezin waar de kinderen opgroeien en een goede communicatie tussen de school, tussen het leerkrachtenteam en eventuele externe hulpondersteuners.

– Maximale ontplooiing van elk kind
Wij geloven in de kracht van preventief werken en remediëring waardoor mogelijke ontwikkelings- en/of leerachterstanden tijdig ontdekt en opgevangen worden. Een belangrijke spilfiguur is de klasleerkracht, die zich laat ondersteunen door het zorgteam en CLB. Het is de taak van de klasleerkracht om te zorgen voor een optimale leersituatie waarbij zowel zwakkere als meer getalenteerde leerlingen zich goed voelen.

Het is een uitdaging om uit elk kind het maximale te halen. Naast remediëring zijn de onderwijscontext, de keuze van leerinhouden, het didactisch materiaal, de krachtige leeromgeving, de zorg voor socio-emotionele ontwikkeling en de samenwerking met de ouders belangrijke factoren. 

– Professionalisering van het schoolteam
Om doelgericht en deskundig te handelen is het belangrijk dat ons team op regelmatige basis nascholingen volgt en zich steeds verder blijft ontwikkelen. Zodat het in staat is om de hulpvragen te ontdekken en er adequaat op te reageren. De leerkrachten krijgen elk schooljaar de kans om verschillende nascholingen te volgen. De directie bewaakt de diversiteit aan nascholingen en indien mogelijk worden ze doelgericht gekozen in functie van de prioriteiten van het schooljaar. Overleg en ervaringen delen met elkaar en externen (vb. ondersteuners van het ondersteuningsnetwerk van het M-decreet, …) spelen hierin ook een belangrijke rol. Het besef dat we als team verantwoordelijk zijn voor de specifieke opvoedings- en onderwijsvragen van al onze kinderen is bij iedereen aanwezig.

– De zorg op school
We besteden veel aandacht aan de zorg op onze school. Zowel de ‘leerzorg’ als de ‘sociaal-emotionele zorg’ staan hier centraal.

Meer informatie over onze zorgwerking vindt u terug in de rubriek ‘zorgwerking’.
De zorg in het kleuter wordt ingepland volgens de noden die er zijn. In het lager leggen we vooral de focus op het eerste, tweede en derde leerjaar. We kiezen hier bewust voor, zodat de kinderen bij de start van de lagere school zo optimaal mogelijk kunnen functioneren en zich ontwikkelen. Wat niet wil zeggen dat leerlingen in het vierde, vijfde en zesde leerjaar geen ondersteuning krijgen. Daar zal de klasleerkracht remediëren met de leerlingen die hier nood aan hebben en wordt de klas op dat moment overgenomen. De klasleerkracht kan op die manier kort op de bal spelen indien bepaalde leerstof moeilijk verloopt in de klas.

Intern overleg tussen de leerkrachten, zorgteam en directie is een meerwaarde om de zorgwerking gestructureerd te kunnen organiseren en opvolgen. Er is ook een maandelijks overleg met de pedagogisch directeur/zorgcoördinator en de contactpersoon van het CLB, zodat we efficiënt kunnen handelen. Samen wordt bekeken welke stappen we kunnen zetten om elke kind zo goed mogelijk te begeleiden in hun totale ontwikkeling.

– Communicatie met ouders en externen 
Ouders zijn in onze school volwaardige partners. We gaan in gesprek met de ouders over de zorgvraag van hun kind. Deze samenwerking komt het kind ten goede. Van bij de start worden de ouders betrokken bij het proces dat de school op gang zet voor kinderen met een zorgvraag. De ouders worden op een overlegmoment uitgenodigd zodat we kunnen polsen hoe het kind thuis en op school functioneert. Dit is een must om een juist beeld te krijgen van de situatie. Bij sommige problemen worden ouders gecontacteerd door de pedagogisch directeur/zorgcoördinator en uitgenodigd voor een gesprek. Dit kan zowel voor ‘leerzorg’, als voor ‘sociaal-emotionele zorg’ zijn. Samen met de ouders zoeken we dan naar interne of externe hulp. Als school kunnen we rekenen op ondersteuning van externe instanties zoals CLB, logopedisten, revalidatiecentra, … De communicatie met deze instanties ligt ons nauw aan het hart. Toch zet de school nooit stappen zonder toestemming van de ouders. Een open communicatie tussen alle betrokken partijen is een belangrijke sleutel tot succes van elk kind.        

Ons zorgteam bestaat uit Juf Aagje, Juf Sophie en Juf Nele.

Juf Aagje staat in voor de zorgvragen van onze kleuters.

Juf Sophie zorgt voor de ondersteuning in de lagere school.

De zorgjuffen ondersteunen de leerkrachten in de klas en begeleiden de kinderen met een zorgvraag individueel of in kleine groepjes.

Juf Nele (pedagogisch directeur/zorgcoördinator) staat in voor de zorgcoördinatie.

We werken samen als team in onderling overleg en overleg met de leerkrachten. Daardoor kan het zorgrooster bijna wekelijks bijgestuurd worden indien nodig.

Juf Nele is ook de vertrouwenspersoon voor de leerlingen. In de lagere school kunnen leerlingen met hun zorgen of problemen bij haar terecht voor een gesprek.

ZORGWERKING KLEUTER

Zowel de zorgleerkracht van de kleuterafdeling als juf Nele (zorgcoördinator/pedagogisch directeur) kunnen aangesproken worden door de leerkrachten met zorgvragen in de kleuterafdeling.

Zorg door de zorgleerkracht in de kleuterschool:
De zorgleerkracht werkt op leerlingenniveau, met andere woorden in de klas en met de kleuters. In september worden de kleuters goed geobserveerd. Alle kleuters gaan eens mee met de zorgleerkracht om een lichaamsschema te tekenen en een gezelschapsspel te spelen, op hun niveau. Opvallende problemen worden besproken. 

De werkjes of activiteiten die in de klas aangeboden worden zijn voor sommige kleuters te moeilijk om in de klasgroep te maken. Deze werkjes worden opzij gelegd om samen met de ondersteuning van de zorgleerkracht te maken.

Op dinsdagvoormiddag (na de speeltijd) komt de zorgleerkracht in de tweede kleuterklas. Op dit moment geeft de zorgleerkracht extra ondersteuning bij kleuters die het moeilijk hadden met bepaalde opdrachten in de klas. Deze opdracht wordt dan nog eens met ondersteuning opnieuw gemaakt. Dit kunnen werkblaadjes zijn met gerichte opdrachten maar ook activiteiten zoals knippen, plakken, scheuren, woordklappen, … 

Dinsdagnamiddag (na de speeltijd) geeft de zorgleerkracht ondersteuning bij de peutertjes en eerste kleuters. De belangrijkste hulp in deze klas is het helpen met dagelijkse handelingen. Toiletbezoeken, jassen aan, mapjes in de boekentasjes stoppen, … Daarnaast is er ook nog tijd voor een activiteit. De klasleerkracht zorgt voor de activiteit waarbij de zorgleerkracht ondersteunt. Vb. een werkje maken met de peuters, een gezelschapsspel spelen met de eerste kleuters, een verhaal vertellen of voorlezen, … Opvallende problemen, gedrag dat anders is, … worden door de zorgleerkracht genoteerd op een observatieblad en doorgegeven aan de klasleerkracht, die alle observaties bijhoudt.
Voor de peuters en de kleuters uit de eerste kleuterklas kiezen we er voor om geen individuele zorgondersteuning te geven, waarbij het kind de klas moeten verlaten. Zo bewaren we het veiligheidsgevoel van de jongsten. We willen deze jonge kapoenen nog de tijd en ruimte geven om te groeien. Daarom zal er in deze klas niet snel gewerkt worden met een aanmeldingsformulier voor zorgondersteuning. Alleen op vraag van ouders of echte opvallende gedragingen gaan we deze groep kinderen specifieker opvolgen en wordt er een handelingsplan opgemaakt, dat terug te vinden is in het digitaal leerlingvolgsysteem van onze school. 

Vrijdagvoormiddag (voor de speeltijd) helpt de zorgleerkracht in de derde kleuterklas. In september worden de kinderen geobserveerd. In overleg met de klasleerkracht beslissen we welke kinderen extra zorgondersteuning kunnen gebruiken. Er is zorgondersteuning in de klas vooral bij volgende activiteiten: een werkblad, een knutselactiviteit, … Voor de schrijfmotoriek en taalondersteuning worden de kinderen buiten de klas begeleid op een rustige plaats, weg van het klasgebeuren. Sommige kleuters krijgen op dat moment individueel of in een kleine groep extra ondersteuning bij het uitvoeren van bepaalde opdrachten.

Op woensdag helpt de zorgleerkracht met ondersteuning bij de schrijfmotoriek. Kinderen die moeilijkheden hebben met schrijven (ook lln. uit het eerste leerjaar), foute pengreep, gespannen fijne motoriek bij kleuters, … worden extra meegenomen om individueel met de hulp van de zorgleerkracht te oefenen. 

In de tweede en derde kleuterklas wordt er gewerkt met een ‘zorgschriftje’ waar de zorgactiviteiten in opgeschreven worden. Hierbij wordt kort genoteerd hoe het kind tijdens dit begeleidingsmoment functioneerde. 

Wanneer de zorgleerkracht bepaalde terugkomende problemen opmerkt wordt daar verder op ingegaan. Samen met de klasleerkracht wordt een zorgaanvraag ingevuld. Dit is een document waar de zorgvraag duidelijk verwoord wordt en het verdere handelingsplan uitgeschreven wordt. Dit handelingsplan kan een vast moment zijn waarbij een kleuter voor een bepaalde periode ondersteuning krijgt van de zorgleerkracht. 

Elk jaar nemen we een schoolrijpheidstest af bij alle kinderen van de derde kleuterklas. Dit wordt afgenomen door de zorgleerkracht in januari. De ouders worden tijdens het OOK-moment (Overleg Ouder Kind) op de hoogte gebracht van de resultaten en de eventuele verder stappen indien dit nodig zou zijn. 

In de maand november komt elk jaar een externe logopediste de kinderen screenen i.v.m. uitspraak. Enkel de kleuters van de tweede en derde kleuterklas waarvan de juf aangeeft dat er eventueel probleempjes zijn of zouden kunnen ontstaan worden hier getest. Deze screening is gratis voor de ouders. De ouders worden hierover op voorhand hierover aangesproken en ontvangen nadien een kort verslag van de logopedist via een brief. Ook de klastitularis krijgt de resultaten van de screening. Deze verslagen worden toegevoegd aan ons leerlingvolgsysteem. Het zijn dan de ouders die beslissen, eventueel in overleg met de school, welke stappen er kunnen gezet worden in functie van de ontwikkeling van het kind. 

Communicatie met de ouders:
Bij problemen worden de ouders op de hoogte gebracht door de klasleerkracht. Op het oudercontact in februari (OOK-moment) wordt overlopen wanneer een kleuter zorgondersteuning heeft gekregen. De ouders krijgen ook uitleg over hoe de zorgondersteuning verloopt voor hun kind. Bij kinderen met een grote zorgvraag worden de ouders uitgenodigd voor een gesprek samen met de klasleerkracht en juf Nele. In dit gesprek proberen we een totaalbeeld van de situatie te schetsen en gaan we samen met de ouders op zoek naar mogelijke verdere ondersteuning. Dit kan zowel intern of extern (CLB, revalidatie, …) ondersteuning. Dit alles met toestemming van de ouders. 

 

ZORGWERKING LAGER

De klasleerkracht stelt een probleem vast binnen één van meerdere leergebieden. Eerstelijnshulp (fase 0 van het zorgcontinuüm) binnen de klas werkt voldoende. 

De klasleerkracht spreekt de zorgleerkracht aan. We kijken samen hoeveel keer de zorg op school ingepland kan worden. (Afhankelijk van het zorgrooster en het aantal kinderen die op dat moment zorg nodig hebben, ook de soort problematiek speelt een rol.) Zorg wordt steeds in blokken van 25′ gegeven. 

De  leerkracht vult in het leerlingvolgsysteem het digitale aanmeldingsformulier in . 

De zorgleerkracht geeft een  START zorgbriefje mee aan de ouders.  Dit moet ondertekend worden door de ouders en terug meegegeven worden naar school.

De zorgleerkracht maakt een handelingsplan op . Hier wordt alle informatie die doorgespeeld werd via de klasleerkracht in verwerkt. Dit komt in het zorgdossier van de leerling. 

Zorg kan binnen de klas gebeuren. De zorgleerkracht wordt dan klasondersteunend ingezet, maar het  kan ook doorgaan in het zorglokaal. Dit kan individueel of met een klein groepje kinderen met dezelfde problematiek. We vinden het nog steeds een meerwaarde om kinderen ook soms individueel of in een kleine groep te begeleiden. Dit stoort de klaspraktijk minder, de klasleerkracht kan op dat moment verder werken met de groep en de problematiek van die kinderen wordt minder in de verf gezet. De zorgklas is ook zo ingericht dat er zo weinig mogelijk externe prikkels zijn die de leerlingen kunnen afleiden.  

Na een toetsenperiode evalueren de klasleerkrachten en zorgleerkrachten  samen of de zorg voor dat probleem ​​nog verder gezet moet worden. Indien zorg niet meer nodig is, wordt er een STOP briefje meegegeven aan de ouders. 

Deze gegevens worden aangevuld in het  handelingsplan van het kind. 

Telkens er zorg gegeven wordt, noteert de zorgleerkracht in het zorgdossier onder het luikje ‘zorg door zorgleerkracht’ het onderwerp waaraan gewerkt werd. Eventueel wordt er kort een opmerking bijgeschreven, maar dit is zeker niet altijd het geval. 

Nieuw voor lezen: Kinderen die op de LVS leestoets in de D en E zone scoren, worden verder getoetst met de leesproeven die de zorgleerkracht opstelde. Aansluitend bij de mappen van ‘Lezergame’. Hierdoor kunnen we specifieker de problematieken bepalen en aanpakken. 

Zorg op school blijft in beweging. De leerkracht kan en mag altijd de zorgleerkracht aanspreken. We proberen zo snel mogelijk een ​​oplossing te vinden. Het schema is vaak in verandering. Indien er extra oefeningen gewenst zijn, op gelijk wel niveau of domein, geeft de leerkracht dit door aan de zorgleerkracht, die dan probeert om gepast materiaal aan te reiken. Voor rekenen beschikken we op school over de map ‘Wiskanjers’. Hier staan ​​oefeningen in van het eerste tot het zesde leerjaar. Voor de sterkere leerlingen beschikken wij over de mappen van ‘somplex’ . Voor lezen beschikt de zorgleerkracht over extra leesbladen (met wisselrijtjes) uit de mappen van ‘Lezergame‘ en verschillende leesboekjes. Voor spelling heeft de zorgleerkracht de scheurblokken van Kameleon voor het tweede en derde leerjaar alsook eigen werkbladen.

Communicatie naar ouders toe : We werken met een ‘START’ en ‘STOP’ briefje dat meegegeven wordt aan het begin of einde van een zorgperiode. Zo is er bewijs dat we met zorg starten. Het is vooral belangrijk dat dit briefje ondertekend wordt door de ouders. Op die manier geven de ouders duidelijk toestemming. Na de grote toetsenperioden schrijft de zorgleerkracht een kort verslag van de handeling, dat meegegeven wordt met het rapport van de leerling. Er wordt ook in vermeld of de zorg nog voortgezet moet worden. Afhankelijk van de zorgvraag worden extra werkblaadjes voorzien. Deze worden bijgehouden door de zorgleerkracht maar na elke toetsenperiode meegegeven naar huis zodat de ouders zicht krijgen op de vorderingen van hun kind. Als er gewerkt wordt in het werkboek van de klas, dan wordt dit steeds vermeld (ZORG met vermelding van de datum). Het kan ook gebeuren dat we werken met spelletjes of enkel op auditie/visueel vlak. Dit kunnen ouders gerust navragen op het oudercontact.

Juf Nele werkt op beleidsniveau . Zij geeft ook ondersteuning bij de socio-emotionele ontwikkeling van de leerlingen.

De zorgleerkracht werkt op leerlingniveau. Kinderen begeleiden binnen de verschillende leergebieden is dus het werk van de zorgleerkracht en mag direct met deze persoon besproken worden. Juf Nele neemt de oudergesprekken en gesprekken met CLB voor haar rekening. Soms zal de aanwezigheid van de zorgleerkracht en/of de klasleerkracht ook gevraagd worden tijdens zo’n gesprek.

Indien een leerling externe hulp krijgt (bv. logo, revalidatie, …) en er hiervan een verslag wordt gegeven aan de klasleerkracht wordt dit doorgegeven aan de zorgleerkracht (liefst via mail). Dit wordt dan toegevoegd in het leerlingvolgsysteem.

 

De klasleerkracht kan alle gegevens terugvinden in het leerlingvolgdossier. We streven ernaar om alles zo snel mogelijk digitaal toe te voegen in het dossier van het betrokken kind: verslagen van externen, interne overleggen, eindevaluaties per schooljaar en zorg op maat.  

We werken met onze school op vier niveaus om pestgedrag aan te pakken.

  1. Preventief handelen

We streven naar een veilige omgeving, waar iedereen zichzelf mag zijn. Waar rechten en grenzen van iedereen gerespecteerd worden.
Daarbij zijn een goede relatie met ouders en het werken aan een goed teamklimaat belangrijke factoren. Een wederzijdse respectvolle houding tussen ieder personeelslid, de leerlingen en ouders speelt hierin een belangrijke rol.

ACTIES:

Zorgen voor een positief schoolklimaat

We proberen te zorgen voor voldoende speelruimte en activiteiten in de mate van het mogelijke met de ruimte die we hebben op school. Vb. netbal, hinkelspel, voetbal, touwtjespringen, basketbal, ‘groene kleuterspeeltuin’, speelhuisjes en groot speelgoed op de kleuterspeelplaats, …

De laatste week van de maand organiseren we telkens een speelweek. Die in het teken staat van een ander spelmateriaal. De kinderen mogen die week het gevraagde speelgoed meebrengen naar school. Hierdoor worden de kinderen gestimuleerd om samen te spelen en te delen.

Tijdens een bepaalde speelweek leren de leerlingen van het zesde leerjaar spelletjes aan de andere kinderen op de speelplaats van het lager. Die week staat in het teken van spelen van spelletjes. Deze spelletjes worden aangebracht door de oudste leerlingen, die hierop voorbereid worden door meester Koen. De aangeboden spelletjes worden gevisualiseerd op de speelplaats zodat de kinderen ook nadien nog ideeën kunnen opdoen tijdens de speeltijd.

…                         

Een open communicatiecultuur

Infoavond kleuter-lager, oudercontacten, nieuwsbrieven met activiteiten ingedeeld per klas, OOK-moment (extra oudercontact kleuter), website, infobrieven …

Heen en weer mapje in de kleuterklas en de schoolagenda in de lagere school.

De ouders kunnen de leerkrachten aanspreken voor en na school.

Beurtsysteem van taken in de eetzaal voor de leerlingen van het derde tot en het zesde leerjaar. Op deze manier leren de kinderen samenwerken en op een positieve manier omgaan met elkaar, elkaar helpen, communiceren, …

Klasoverschrijdende activiteiten kleuter-lager (vb. L5A en K2A organiseren samen drie keer per jaar een spelletjesnamiddag, voorleesmoment met L6A en K3A, …).

Klasoverschrijdende activiteiten (peuter en eerste kleuterklas, tweede en derde kleuterklas, derde kleuterklas en eerste leerjaar, derde en vierde leerjaar, …)

Voorstellen en verwelkomen van nieuwe peuters of leerlingen aan alle andere leerlingen tijdens ons schoolproject Saschoma.

De verjaardagskalender. Op die manier kunnen de kinderen op een spontane manier ontdekken wie er allemaal jarig is in die maand en kan dit aanleiding geven tot communicatie onder elkaar.

Ons Saschoma-hart, we horen er allemaal bij. Iedereen telt mee.

Infoavond bij elk instapmoment voor de nieuwe peuter en hun ouders.

Een open-deurklimaat. Ouders zijn altijd welkom op school. Zowel bij de leerkrachten als bij het directieteam.

Goede samenwerking met ouders

Ouderparticipatie bij schoolactiviteiten, klasuitstappen, sportactiviteiten, schoolfeest, …

Activiteiten in de klas vb. grootouders, ouders, leesouders en grootouders, extra hulp bij een activiteit, …

Ouders die inspringen voor het vervoer naar een activiteit.

Oudercomité.

Interactie met ouders bij de opvolging van hun eigen kind via huiswerkbegeleiding. Vb. agenda, leeskaart waar ouders invullen hoe er gelezen is, tafel-oefenkaart, …

Ouders worden opgebeld door de school om in gesprek te gaan indien nodig.

Tevredenheidsonderzoek bij ouders.

Nota in de agenda en/of telefonisch contact met de ouders indien nodig.

Opendeurklimaat (Elke ouder kan en mag langskomen bij de leerkracht of directie bij problemen of vragen.)

Participatieve schoolcultuur

Overlegmomenten met ouders, leerkrachten, zorg, directie, CLB, … over leerlingen met zorgvragen.

De meeste beslissingen en afspraken worden in samenspraak met het team besproken en beslist in functie van het welzijn van de kinderen.

Teamoverleg binnen het directieteam en schoolteam.

Investeren in goede relaties met ouders door het organiseren van infoavond, oudercontacten, occasionele oudercontacten, infoavond voor de nieuwe peuters bij elke instapdag, tussentijdse individuele besprekingen met ouders bij kinderen met zorgvragen en opvolging, de directie probeert ook zoveel mogelijk zichtbaar te zijn op alle momenten wanneer ouders hun kinderen brengen of halen, drempel ouders – directie wordt op die manier ook kleiner.

Deelnemen aan buitenschoolse sportactiviteiten waar ouders ook steeds welkom op zijn.

… 

  1. Algemene preventie

Doelstelling: afname van pestgedrag.

De focus ligt hier op een positieve sfeer. In plaats van het focussen op wat niet mag, zoeken we naar activiteiten die de competenties en draagkracht van de kinderen verruimen. Er wordt een positieve bijdrage geleverd aan het leefklimaat op school.

ACTIES:

Schoolproject SASCHOMA (SAmen SCHOol MAken), sociale-vaardigheden.

We leren de kinderen aan de hand van verschillende thema’s respectvol omgaan met elkaar. (vb. conflicthantering, bevorderen van empathie, iedereen mag zijn zoals hij is, respect voor een ander, iedereen hoort erbij, behulpzaam zijn, eerlijk omgaan met elkaar, …)

Evaluatie van het gedrag van de kinderen aan de hand van het ‘leefrapport’ met sterren.

In de lessen godsdienst wordt er rond deze thema’s gewerkt.

Weerbaarheid verhogen bij de leerlingen. Indien nodig verwijzen we leerlingen, na gesprekken met leerling de ouders, door naar externe hulp. Via een gerichte aanpak van de leerkrachten t.o.v. de leerlingen stimuleren we een gezonde weerbaarheid bij de kinderen.

Aandacht voor positieve groepsvorming. We proberen pestgedrag te detecteren en gericht te handelen voor het ‘echt pesten’ wordt. Via gesprekken met de betrokken leerlingen samen met de leerkracht of met Juf Nele. Hier wordt veel tijd voor genomen omdat de kinderen zich hierdoor meer betrokken voelen.

Groepsgevoel stimuleren, samen dingen doen, groepswerk in wisselende groepen om elkaar beter te leren kennen en te appreciëren, …

Tevredenheidsonderzoek bij de leerlingen om onze schoolwerking verder te optimaliseren.

Klasgesprekken bij een conflict in de klasgroep.

Via kleine gesprekjes proberen we de ‘randbetrokkenen’ te stimuleren om negatief gedrag een halt toe te roepen, dit als vrienden onder elkaar. Sociale verantwoordelijkheid leren opnemen.

  1. Specifieke preventie

Er worden specifieke activiteiten en acties ondernomen waarbij de kinderen informatie krijgen over pestgedrag en hoe pestgedrag te vermijden.

ACTIES:

Preventief informeren we de leerlingen over het verschil tussen pesten – plagen – ruzie, we maken hen bewust voor het verschil. Deze termen worden na een conflict in een gesprek met de betrokken kinderen nog eens verduidelijkt, zodat ze stap voor stap het verschil ervaren.

We zorgen voor een gerichte observatie van de leerlingen in de klas, op de speelplaats, in de gangen en eetzaal.

Kans tot nascholing rond dit thema voor de teamleden. Hoe gaan we om met pesten op school? Beter omgaan met moeilijk gedrag …

De info van de nascholingen wordt tijdens de personeelsvergadering overgebracht aan het volledige team om mee te nemen naar de praktijk.

Informatie rond ons pestactieplan ter beschikking stellen aan de ouders toe via onze schoolwebsite.

Leerlingvolgsysteem: melden en opvolgen van het gedrag indien nodig. Informeren van de teamleden in functie van opvolging van gedrag.

Geen leerlingen in de lokalen zonder aanwezigheid van een leerkracht.

School- en klasafspraken.

Kinderen van de derde graad weerbaar maken tegen pesten via internet, gsm, … weerbaar maken tegen cyberpesten.

Mega-project, thema’s rond verslaving, gsm, drugs, alcohol, slechte invloed van vrienden, wat doe je bij pestgedrag, … (zesde leerjaar)

  1. Aanpakken van conflicten

We vinden het heel belangrijk als team om conflicten zo snel mogelijk uit te praten met alle betrokken kinderen. Alleen straffen is niet altijd zinvol. Vandaar dat we meestal werken met ‘hersteltaken’, waarbij de kinderen ‘iets goeds doen’ voor de persoon/groep die niet correct werd behandeld.

ACTIE:

Volgorde van melding van negatief gedrag of probleemgedrag.

  1. Klasleerkracht
  2. Directieteam / pedagogisch directeur
  3. Zorgteam
  4. Ouders indien het negatieve gedrag niet stopt.

Bij een hevig conflict wordt de kinderen uitgelegd dat ze altijd twee kansen krijgen. We bieden hen een herstelkans en geven aan dat we in elk van hen blijven geloven. Indien er voor een derde keer door negatief gedrag een conflict ontstaat, worden de ouders, afhankelijk van de ernst van de situatie, op de hoogte gebracht via de agenda of telefonisch contact. We ervaren dat het geven van een hersteltaak een positief effect heeft op het gedrag van de meeste leerlingen. Na een conflict wordt het gedrag van de betrokken kinderen verder opgevolgd zonder hen te viseren.

In gesprekken met de pedagogisch directeur wordt de conflictsituatie verduidelijkt aan alle betrokken leerlingen en krijgen ze de kans om hun eigen verhaal te brengen. Individueel of in groep. We zoeken naar een oplossing om conflicten in de toekomst te vermijden en stimuleren hierdoor het probleemoplossend denken.

De kinderen leren relativeren en de conflictsituatie juist te begrijpen. Door het stellen van gerichte vragen. (vb. Wat zorgt ervoor dat dit conflict is ontstaan? Hoe zou je dit anders kunnen aanpakken in de toekomst? Zou je dit zelf fijn vinden indien een ander dit bij jou zou doen? …) ‘Waarom-vragen’ worden bewust vermeden omdat kinderen hierop moeilijk kunnen antwoorden.

Na dit gesprek en wanneer alle kinderen op een eerlijke manier hun deel van het verhaal hebben kunnen brengen, zoeken we samen naar een positieve oplossing, hebben we het samen over de gevolgen en gaan we samen in overleg over de hersteltaak of straf. Dit is belangrijk zodat de kinderen hun verantwoordelijkheid leren nemen voor hun eigen gedrag. In sommige situaties worden er ook klasgesprekken georganiseerd met de klasleerkracht en/of de pedagogisch directeur.  

BESLUIT:

‘SAMEN STAAN WE STERK!’

Alle participanten (leerlingen, leerkrachten, directie, ouders, ….) spelen een belangrijke rol in de aanpak van pestgedrag.

Ons pestactieplan is een dynamisch plan dat afhankelijk van de situatie op school, geëvalueerd en aangepast wordt.

Wij werken met jaarklassen waarin kinderen van éénzelfde leeftijd zitten. Er wordt gedifferentieerd om het niveau en de ontwikkeling van elke leerling te stimuleren.

Later meer…

Het nieuwe leerplan ‘ZIN IN LEREN, ZIN IN LEVEN’

Zin in leren! Zin in leven!: dat is waartoe het leren in elke katholieke basisschool bij de leerlingen moet leiden. Rekening houdend met de grote verscheidenheid aan talenten en mogelijkheden bij leerlingen is dat best een ambitieuze doelstelling. Toch geloven wij dat katholieke basisscholen, door de realisatie van dit leerplanconcept, deze onderwijsuitkomst bij hun leerlingen kunnen realiseren.

De krachtlijnen van het leerplan ZILL.

  • De katholieke dialoog school als fundament
  • De harmonische ontwikkeling van elke leerling staat voorop.
  • De school is eigenaar van het leerplan.
  • We streven naar kwaliteitsvol onderwijs.
  • ZILL legimiteert basisonderwijs.

‘Zin in Leren! Zin in Leven!’ is niet alleen de naam van het leerplanconcept, maar meteen ook het algemeen streefdoel.

Waartoe leren in de katholieke basisschool?

Zin in …

“Zin in …” draagt een dubbele betekenis in zich. Enerzijds verwijst het naar alles wat met motivatie te maken heeft: goesting krijgen en hebben, optimisme in de toekomst, geloof in groei en ontwikkelbaarheid van dingen, verwachtingsvol en nieuwsgierig uitkijken naar het nieuwe, leerhonger hebben. Anderzijds verwijst “zin in …” ook naar de levensbeschouwelijke inspiratie van waaruit mensen leven en een diepere betekenis geven aan de dingen. We hopen dat onderwijs ertoe bijdraagt dat kinderen en jongeren zich ontwikkelen tot geïnspireerde zinzoekers die persoonlijke waarden durven vooropstellen van waaruit ze keuzes maken, handelen en samenleven met anderen.

Zin in leren! Zin in leven! is dan ook op maat van katholiek basisonderwijs geschreven. Een katholieke basisschool is immers een school waar wordt gewerkt vanuit vertrouwen en hoop. Vertrouwen in dat de werkelijkheid ten diepste is getekend door de liefde en hoop dat de werkelijkheid ooit ten volle goed zal worden zoals de Bijbel verhaalt dat de bedoeling is. Dit vertrouwen en deze hoop kunnen leraren zin (goesting) geven om te onderwijzen en zin (betekenis) doen vinden in het dagelijkse werken op school en in de klas.

Zin in leren …

We gaan uit van een gezonde leerambitie voor elke leerling. Daarbij is er veel aandacht voor het benutten van de ‘leer-kracht’ die in elke leerling schuilt. Dat komt immers zijn/haar gevoel van eigenaarschap over het eigen leren ten goede. In het kader van levenslang leren is dat erg belangrijk. Bereidheid tot leren is namelijk een voorwaarde voor een autonome en gelukkige toekomst in de snel evoluerende maatschappij rondom ons. Bovendien geeft de positieve ervaring dat leren wat oplevert voldoening. Dat motiveert om nog meer en blijvend te leren. Wie leert is mee: hij krijgt niet alleen een bredere kijk op de wereld en de samenleving, maar kan er ook een rijkere bijdrage toe leveren. Dat is wat we in de katholieke basisschool door vorming bij onze leerlingen beogen: hen in staat stellen om, elk op hun manier, bij te dragen aan een open, zinvolle, verdraagzame en duurzame samenleving, waar een plaats is voor iedereen – een wereld waar ook God van droomt.

Zin in leven …

Een katholieke basisschool werkt vanuit de grondervaring dat mensen groeien dankzij en doorheen verbondenheid met medemensen, samenleving en wereld. Menselijke vrijheid is volgens de christelijke traditie altijd verbonden met verantwoordelijkheid: mens en wereld zijn gave en opgave. Vanuit deze inspiratie wil een katholieke basisschool haar leerlingen voorbereiden op een gelukkig leven waarin ze zelfstandig beslissingen kunnen nemen waarvoor ze verantwoordelijkheid dragen en waarbij ze engagement tonen binnen én buiten de school. Daartoe gaat een katholieke basisschool bij haar onderwijs uit van levensechte en relevante leercontexten. Die contextualisering zorgt ervoor dat kinderen gaandeweg meer vat krijgen op zichzelf, op de samenleving en op de wereld. Ze draagt er ook toe bij dat de kinderen met voldoende vertrouwen in het leven staan, veerkrachtig zijn en antwoorden durven te geven op vragen en verwachtingen uit hun omgeving. Ook wanneer het leven al eens lastig is of moeizaam loopt.

Een aandachtspunt daarbij is dat we binnen ons onderwijs niet enkel inzetten op gisteren en vandaag, maar dat we ook aandacht hebben voor wat nog komt, voor de toekomst, voor de wereld waarin onze kinderen als volwassenen actief zullen zijn. Voor een aantal onder hen geldt bijvoorbeeld dat de job die ze ooit zullen uitoefenen, vandaag nog niet bestaat. Dat gegeven mag onderwijsmensen niet onverschillig laten. Onderwijs moet met andere woorden breed vormend en toekomstgericht zijn, met oog voor de mogelijkheden en de uitdagingen van morgen en overmorgen.

Leren impliceert dat je heel wat dingen over de wereld en het leven voor het eerst ontdekt. Die ervaring doen kinderen binnen en buiten de school op. Soms gaat het om echt nieuwe dingen zoals een nieuwe techniek of toepassing, een nieuw leerstofgeheel. Soms gaat het om vertrouwde elementen in nieuwe contexten of variaties erop. Denk maar aan cross-mediaprojecten waarbij verschillende media (taal, muziek, beeld …) door elkaar gebruikt worden waardoor nieuwe mogelijkheden ontstaan. Denk aan de manier waarop kinderen vandaag presentaties doen waarbij ze gebruik maken van zelf gefilmde, gemonteerde en geprojecteerde reportages. Ervaren dat ze zelf tot oplossingen komen, stimuleert de leerappetijt van leerlingen. Dat geeft ook zin en betekenis aan hun leven dat daardoor bijzonder beloftevol wordt: “Er valt nog zoveel te beleven, te leren!”

Aangezien leren en leven zowel elkaars motor als elkaar resultante zijn kunnen we de slogan “Zin in leren, zin in leven!” gerust ook lezen als “Zin in leven, zin in leren!”

Onze preventieadviseur zorgt voor het preventiebeleid en de veiligheid van de school (gebouwen, speeltuinen, …).

Elk jaar organiseren we een aantal brandevacuatieoefeningen waarbij alle kinderen op een rustige en veilige manier de school leren verlaten.

Later meer…